Klik op de foto voor een vergroting

















Ulestraterhof.

De Ulestraterhof was een laathof van de proosdij Meerssen.

Een laathof was niet alleen een gebouw maar kon bestaan uit een viertal onderdelen. Een centraal gebouw als centrum, een hoeveelheid land wat rechtstreeks door de heer of een pachter werd gebruikt, een aantal percelen welke door de "laten" werden bewerkt of waar hun huizen op stonden en waar zij cijnzen over betaalden en als vierde onderdeel een soort rechtbank samengesteld uit laten en onder voorzitterschap van de heer of zijn plaatsvervanger die zaken behandelde die betrekking hadden op de laatgoederen (overdrachten etc.). In het leenroerig (feodaal) stelsel was de laathof de laagste vorm van leen.

De besloten hof met herenhuis was in de zeventiende, achtiende en een deel van negentiende eeuw eigendom van de familie De Sauveur die er tot het midden van de achtiende eeuw (+/-1750) zelf gewoond hebben. Een gevelsteen met het familiewapen en het jaartal 1649 herinnert aan die lange periode. Mogelijk is de gevelsteen geplaatst door de in 1656 overleden Melchior De Sauveur, die griffier was van de heerlijkheid Ulestraten. Deze heerlijkheid was pas ontstaan in 1626. De heerlijke rechten waren door Philips koning van Spanje onmiddelijk verpand aan Ernest graaf van Lynden-Reckheim (Rekem). Na zijn dood in 1627 werd zijn dochter Ernestina de nieuwe pandhoudster. In +/- 1660 is de heerlijkheid in handen gekomen van de tak Geulle van het adelijke geslacht Van Hoensbroeck. Anna Maria Bernardina Philippina Georgina gravin Van Hoensbroeck-Geul was de laatste "vrouwe van Ulestraten". De Ulestraterhof is een tijd lang verpacht geweest aan de Familie Van Hoensbroeck-geul, die er waarschijnlijk de zetel van de heerlijkheid hadden en er een soort rechtbank dreven.

In 1841 was Floretinus De Sauveur eigenaar van de Ulestraterhof die reeds lang verpand was.


Op de fragmenten uit het kadastrale minuutplan uit 1866 is te zien dat de erfgenamen 'Florentinus" eigenaren zijn. Mogelijk was de Ulestraterhof ook toen verpacht.
In het rechter rijtje staat opgesomt waar het "landgoed" uit bestond, namelijk: EEN LUSTTUIN, TUIN, BAKHUIS, SCHUUR, HUIS, POEL, NOG EEN TUIN, EN NOG EEN BAKHUIS EN EEN BOOMGAARD.
Op het kadastraat minuutplan hierbeneden is te zien dat de landerijen een behoorlijk stuk Ulestraten in beslag namen.

Van in het noord-oosten aan de zonkampweg ( deze stopt tegenwoordig bij de Danielssteeg, maar liep vroeger door tot aan de St Catharinastraat ) tot aan de dorpsstraat en aan de overkant nog een boomgaard.

Op dit detail is de vijver te zien en een sloot.
Omdat de sloot alleen bij de Ulestraterhof ligt is het aannemelijk dat er  vroeger grachten rond de Ulestraterhof gelegen hebben waarvan dit een overblijfsel is.
Achter het huis is de schuur te zien en naast en voor het huis 2 maal een bakkes, oftewel bakhuis.


Door vererving kwam de Ulestraterhof in de familie Schoenmaekers, die ook kasteel Vliek en de Wijngaardshof in hun bezit hadden, en vervolgens aan Albert Moerinx die getrouwd was met hun dochter Marie Schoenmaekers.Zij zetten De Ulestraterhof in 1910 te koop.

Van 1910 tot 1914 werdt de ulestraterhof gepacht door Cornelis Hubertus Neven, afkomstig uit Oud-Vroenhoven. Hij vertrok hierna naar de Cartilshof in Wijlre.Daarna heeft er notaris Smeets uit Roermond gewoond
. Wie op dat moment eigenaar was is nog niet bekend.

Zie onderstaande mail van Lambie Petit over de onderaards gang tussen de Ulestraterhof en de Wijngaardshof.

De ondergrondse gang, waarvan sprake is in je artikel over de Wijngaerdshof , tussen deze hof en Ulestraterhof, werd “ontdekt” bij het plaatsen van een elektrische waterpomp in 1942 of ’43 en niet in 1960. Het  bestaan ervan blijft een raadsel. De bedoeling, destijds, was om heel de boerderij “Ulestraterhof”,  stallen incluis, van water te voorzien via een groot betonnen reservoir boven de koestal. Ulestraten had toen nog geen waterleiding. Deze electrisch aangedreven pomp verving de handbediende pomp in de toenmalige “achterkeuken” en die het drinkwater leverde voor het gezin.

De arbeiders, Nol en Pol, twee Belgen uit Rekem, die de elektrische pomp plaatsten waren in dienst van aannemer Bastiaens uit Maastricht.

 Zij vonden het vreemd dat er onder in de waterput een gemetselde wand was, die niet deel uitmaakte van de putwand. Er is geen poging ondernomen om eens te kijken wat zich achter die vreemde wand bevond. Een aantal oudere personen uit Ulestraten: “Willem Knols”, “Thies Huydts”, “Jeu Jennekes” ea. vertelden mijn vader dat er een gang bestond naar de “Wingerdsjberg”.

Jaren later, toen de Heer Carboex wat Ulestratense geschiedenis publiceerde in het plaatselijke informatieblad (naam vergeten, maar het zou nog bestaan) werd hem op het vermoedelijke bestaan van een gang tussen de “Hoof” en de “Wingerdsjberg” gewezen. Hij is er ondanks speurwerk niet in geslaagd het bestaan ervan te bevestigen. Maar het verhaal blijft hardnekkig voortbestaan. Leuk dat je er melding van hebt gemaakt. Voor mij bestaat die gang niet; waar zou hij trouwens voor gediend hebben? Toch leuk dat Ulestraten zijn geheimen nog niet prijs gegeven heeft. Misschien een tip voor de volgendeCarnavalsstoet.

Goetjes aan Ulestraten,

 

Lambie Petit


Document made with Nvu

*Home
*Geschiedenis
*Wapen
*Heerlijkheid
*Kerk
*Wandeling 1873
*Ulestraterhof
*Wijngaardshof
*Kasteel Vliek
*Kapellen
*Wegkruizen
*Buurten
*Links